Gastrologische wijsheden deel 3

Gesprekken met de meester.

De meester is een Vlaamse Leeuw die kan klauwen, ook al dreigen zij zijn vrijheid met kluisters en geschreeuw…dat laatste heb ik niet van mezelf, maar van het Vlaamse volkslied. Met de Vlaamse leeuw  in mijn achterhoofd en om weer niet van de ene obelisk naar de andere te spurten in Rome, nam ik me voor om op goed geluk post te vatten op het Romeinse Plein van het Volk, de Piazza del Popolo, naast één van de vier leeuwen die de obelisk omringen. Die waterspuwende leeuwen werden nog niet zo lang geleden gerestaureerd las ik in mijn Romegids…

De zon was al behoorlijk hoog geklommen toen de meester het immense plein betrad. Ik liep hem tegemoet en maakte een diepe buiging, om mijn respect voor hem te tonen. De meester keek me vriendelijk aan, waardoor ik wist dat dit een goed moment was.

“Goeiemorgen, buongiorno Meester” stak ik van wal. “Zijn chefs van commerciële cateringbedrijven beter dan chefs van non-profit  instellingen?” Ik wist dat ik met deze risicovolle vraag een gok zou wagen die verkeerd kon uitpakken. 

“Vangt een witte kat meer muizen dan een zwarte kat”, antwoordde de meester.

“Dat hangt van de kat af”, antwoordde ik. “Wit, zwart of zelfs roze speelt geen rol, zolang ze maar muizen vangt”. Aan de gezichtsuitdrukking van de meester zag ik dat ik een punt had gescoord zonder het zelf te beseffen. Mijn antwoord gaf me zelfvertrouwen om de volgende vraag te stellen:

“Chefs die gestimuleerd en aangezet worden om winst te maken voor hun werkgever, staan toch scherper op de werkvloer omdat winst  belangrijk is. Het is immers de motor van de samenleving en de garantie van het behoud van onze welvaart in de maatschappij…”

 “Hospes hospiti sacer”, onderbrak de meester mij met de rechterhand boven zijn schouder en de wijsvinger naar het hemelrijk geheven. Met deze vraag had ik duidelijk niet gescoord.

“Maar  Meester, dat is Latijn en ik ben pas in Rome aangekomen en spreek slechts enkele woordjes zoals ‘Ave’ en ‘Gruss Gott’ en ik twijfel of dat laatste Latijn is”, probeerde ik me onderdanig voor te doen. Het mocht niet baten…ik had de Romeinse duivels bij de meester ontketend.

“Christo in pauperibus”, ging de meester verder…en ook nog een zin in het Latijn die ik via mijn PC later kon vertalen in het Oud Vlaamsch…”Zy zullen den aermen blidelic ontfangen ende antieren (= behandelen)”.

De meester had kennelijk geciteerd uit de kloosterregel van de H.Benedictus die stelde dat elke gast die aanklopte aan de poort, moest ontvangen worden als ware het Christus zelf en dat door de armen te dienen men Christus zélf kon bereiken. Het hoofdkantoor van de Katholieken in Rome straalde die dag duidelijk af op de gastrologische meester.

Pas later, toen ik als Leonado di Caprio (bij wijze van spreken) op de SS Rotterdam, wijdarms uitkeek over de Waalhaven in Rotterdam, leunend tegen de reling  en met een flinke tegenwind, snapte ik de  toedracht van de woorden van de meester…niet de winst is de essentie in alles wat chefs in gastrologie doen, maar wel het welzijn van elke individuele mens. Winst is bijkomstig, welzijn is essentieel!

Met diep respect en dank aan de meester.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s